Opa’s reizen: mijn eerste dienstreis(serie)

Meer Opa's reizen
Meer Opa's reizen

In het kader van mijn onderzoek ben ik in november en december van het jaar 1985 feitelijk voor het eerst een aantal malen op dienstreis geweest en wel helemaal naar Antwerpen om daar deel te nemen aan een cursus Digitale Regelsystemen. Deze cursus werd georganiseerd door de BIRA (Belgisch Instituut voor Regeltechniek en Automatisering) op de maandagen 18 en 26 november en 2, 9 en 16 december 1985 in het Cresthotel in Antwerpen.

Rein in 1985
Rein in 1985

Van elke dag heb ik toen een verslag geschreven. Het is aardig om nu terug te lezen hoe ver de techniek toen gevorderd was, dat er wat verkeer betreft in Antwerpen nog niet veel is veranderd, dat auto’s niet echt veel zuiniger lijken te zijn geworden wat benzineverbruik betreft, ook toen vrachtwagenchauffeurs wel eens gingen staken en wegen blokkeren en dat in elk geval toen sommige Belgische hoogleraren het zich konden veroorloven om hun studenten als veredelde afstandsbediening te gebruiken voor het bedienen van hun apparatuur.


Maandag 18 november 1985.

Voor mijn vijfdaagse cursus “digitale regelsystemen,” door de organisator uitgesmeerd over vijf achtereenvolgende maandagen, ga ik maandag 18 november rond half negen per Honda Civic op weg. De reis (via Utrecht en Breda) verloopt voorspoedig (afgezien van de altijd saaie en oneindig lange afsluitdijk en de traditionele 5-km file voor de Coentunnel).
Reeds voor 12 uur bereik ik Antwerpen (De Belgen schijnen overigens verzot te zijn op nummers: op de plattegrond van de stad vind ik maar liefst zes soorten: nummers voor de hoofdwegen, zowel E- als RW-wegen; nummers om de afslagen van de Antwerpse Ring mee aan te duiden; nummers voor de verschillende buslijnen; nummers om bezienswaardigheden aan te geven. Bovendien is de plattegrond niet genummerd volgens het schaakbord principe maar volgens het dambord principe (is dammen dan toch een Belgische uitvinding?)).

Antwerpen blijkt, zoals de meeste Belgische steden, grauw en grijs. De verwachte drukte valt mee en het Cresthotel (de plaats van handeling) is snel gevonden. Het flatgebouw torent hoog naast de ringweg. De afslagen van de Ring blijken steeds (om en om) vanuit één richting te gebruiken. Ik moet daarom afslag 4 nemen terwijl het Cresthotel aan afslag 5 gelegen is. Nadat naar de juiste aanvangstijd is geïnformeerd besluit ik Antwerpen nog even aan een snelle verkenning te onderwerpen en het overnachtings-hotelletje alvast op te sporen. De stoplichten in de stad vragen enige gewenning. Veel lichten zijn voorzien van één of meer extra lichten onderaan, die (zonodig) aangeven of afslaand verkeer door rood licht mag rijden (In Nederland gebruiken we daarvoor gewoon extra stoplichten), andere lichten springen nooit op groen maar gaan in plaats daarvan oranje knipperen.

Na een luxe, maar kwantitatief geringe uitsmijter in de coffeebar van het Cresthotel vangt dan rond half drie inderdaad de eerste les aan. Er blijkt een ruime belangstelling te bestaan voor de cursus (zo’n 150 man en 1 vrouw), waarvan de overgrote meerderheid Belgen. Slechts een enkeling (volgens de deelnemerslijst hooguit 10) blijkt uit (het zuiden van) ons land te komen. De  verstwegkomende deelnemer komt uit Groningen.

Ir. Acke, de aankondiger en eerste spreker, blijkt een handige goochelaar met in zijn ene hand een handmicrofoon en in zijn andere de aanwijsstok. Met dezelfde hand is hij dan ook nog in staat omoverhead-sheets te verwisselen.

Helaas zijn deze sheets (en ook die van alle andere sprekers) allemaal handgeschreven en niet altijd even gemakkelijk leesbaar. De opgestelde diaprojector wordt de gehele dag niet gebruikt en belemmert slechts het zicht op de geprojecteerde sheets. Overigens vraag ik mij af of de toehoorders achter in de zaal de sheets wel kunnen lezen (de zaal is laag en loopt naar achteren niet op).

De uitgereikte documentatie ziet er (op een reclamepakket na van een of andere computerfirma) niet al te best verzorgd uit. Alle pagina’s zijn weliswaar getypt (en daarmee bedoel ik echt getypt, dus geen tekstverwerker, laat staan TeX), maar bijzondere tekens en tekeningen zijn met de hand ingevuld, hetgeen de overzichtelijkheid niet ten goede komt. Het gebruikte lettertype is er één van het soort, waarbij het cijfer 1 en de letter l precies gelijk zijn, hetgeen in één hoofdstuk nogal ongelukkig is, omdat daar een veranderlijke gebruikt wordt met de naam l, welke zo nu en dan de waarde 1 krijgt.

De tweede spreker voor de koffiepauze is ir. van Overberge, die dank zij het draagbare microfoontje luid en duidelijk overkomt (misschien iets te luid en duidelijk!). In vliegende vaart wordt allerlei theorie op het gebied van analoge regelingen aangesneden. De Fourier getransformeerde wordt met recht een Fast Fourier Transform.

Na de hoognodige koffiepauze komt ir. Vuerinckx te spreken over gedragingen van lineare analoge regelsystemen. Alles op de antieke manier met Bode- en Nyquist-plots. Halverwege zijn betoog is er gelukkig de aangekondigde avondmaaltijd (door de BIRA lunch genoemd, terwijl het toch eigenlijk een diner is).

Aan grote ronde tafels wordt een 4-gangen diner voorgeschoteld. Even lijkt het filosofen-probleem nog te worden geïmiteerd (met mes en vork vervangen door broodje en glas). De oplossing blijkt te zijn dat het broodje links naast het bord en het glas rechts genuttigd resp. gebruikt moet worden.

De gesprekstof aan de tafels beperkt zich voornamelijk tot alles behalve de cursusstof. Twee dagen voor de voetbalwedstrijd Nederland – België valt te verwachten, dat ook dat onderwerp zal worden aangesneden. Hoewel ik tussen al die Belgen daar niet over durf te beginnen, doet mijn rechterbuurman dit toch. Hij voorspelt 0-1 of 5-0, afhankelijk van welke partij het eerste doelpunt scoort (Het wordt overigens 1-1).

De maaltijd is redelijk. Het is even wennen met dat vele bestek rond het bord, maar mijn tafelgenoten hebben het daar even moeilijk mee. De menukaart blijkt (in het Nederlandstalige deel van België) in het Frans gesteld. Met enige moeite is daaruit op te maken, dat de eerste gang vis betreft, de tweede varkensvlees, witlof en aardappelkroketjes (mijn Belgische buurman vindt het spijtig, dat er geen frietjes bij zijn). Het toetje is nog het lekkerst: een vruchtentaartje. Tenslotte is er koffie toe.

Mijn positie vlak bij de klapdeuren blijkt een vorstelijke troon. Het uitzicht op de deuren is een voortdurende bron van vermaak. Zelden heb ik zoveel obers zovaak de verkeerde klapdeur zien kiezen (blijkbaar is daar in België de ontwikkeling op dat gebied nog niet zo ver gevorderd). Wonder boven wonder blijven alle gerechten steeds op de plateaus, ondanks de vele bijna-botsingen.

Na het diner volgt het tweede deel van de beurt van Vuerinckx. Het na hem aangekondigde praatje van 15 minuten van ir. van Hecke wordt een complete ramp. De man is, doordat hij het microfoontje niet op zijn revers,
maar op zijn borstzakje monteert (en ook nog op de kop) totaal onverstaanbaar. Pas aan het eind van zijn betoog krijgt hij bovendien in de gaten, dat het onderste deel van zijn sheets slechts leesbaar is, als hij deze wat omhoog schuift. Voordien staat hij veelvuldig onder tafelhoogte geprojecteerde en bovendien onleesbare formulekes aan te wijzen. Zijn betoog houdt desondanks zelfs bijna drie keer zo lang stand als gepland is. Tot overmaat van ramp blijkt er nog een vragensteller (de enige gedurende de hele cursus) in de zaal. Vraag en antwoord (dat laatste overigens nuverstaanbaar, doordat de spreker het inmiddels afgedane microfoontje in zijn hand houdt) komen er op neer, dat de door de spreker verkondigde theorie slechts in uitzonderingsgevallen (direct) is toe te passen. De spreekbeurt had dus in alle opzichten evengoed achterwege gelaten kunnen worden. Opvallend detail bij dit alles: de spreker schijnt docent te zijn: arme leerlingen.

Tot slot komen nog twee sprekers aan bod (ir. Schepers en ir. Vandeursen), die redelijk vlot wat eigenschappen van PID-regelaars de revue laten passeren. Overigens had de cursus tien minuten eerder afgelopen kunnen zijn, als de eerste spreker niet zoveel moeite had gehad met het monteren en demonteren van het microfoontje op zijn revers.

Niet op het geplande tijdstip (9.15 uur), maar tegen tienen kan ir. Acke de eerste les afsluiten. Mijn eerste indruk is, dat, als de nog te bespreken digitale regelaars uitsluitend gebaseerd zijn op de in deze eerste sessie verhandelde analoge technieken, we van de Belgen voorlopig nog niets hebben te vrezen. De vertelde theorie is op regelgebied dan misschien nog wel veel gebruikt, maar inmiddels ook dusdanig verouderd, dat het baseren van digitale regelaars hierop nooit kan leiden tot opzienbarende resultaten. Ik wacht dan ook met spanning op het vervolg. Eenmaal buiten, in de kou, kan ik de gedachte, dat ons idee over de Belgen best wel eens op waarheid zou kunnen berusten, dan ook niet onderdrukken.

Het weer lokt niet uit om Antwerpen ’s nachts aan een nader onderzoek te onderwerpen. Ik zoek daarom gelijk maar het hotel op. Dat blijkt een nostalgisch hotel te zijn met nog zo’n ouderwetse lift met scharnierende traliedeuren, die met de hand moeten worden bediend.

Het ontbijt de volgende dag is sober, maar voldoende. Na een korte tocht door Antwerpen (door het gure weer, oostenwind, -5 graden, lijkt de stad nog grijzer en grauwer) begeef ik mij weer op weg naar huis. Ondanks meldingen over sneeuw en gladde wegen op de radio verloopt ook de terugreis voorspoedig.

Maandag 26 november 1985.

Ik besluit nu iets later weg te gaan, maar bereik (doordat ik de Coentunnel-file mis) rond dezelfde tijd Antwerpen. Via afslag 3 bereik ik het centrum van de stad (de Keizerlei) en parkeer de auto onder het Roosevelt-gebouw. De stad maakt vandaag een veel gezelliger indruk dan de eerste dag (hetgeen niet aan het weer ligt, dat is even guur, maar dus blijkbaar aan de gekozen afslag). De stad blijkt uit te puilen van de cafés, cinema’s (ook maandags rond lunchtijd draait overal een voorstelling), schoenwinkels en juweliers (maar dat kan ook moeilijk anders in een diamant-stad). Net als in andere steden is het ook in Antwerpen zaak goed op te letten waar je je schoenen zet om niet in één of andere hondendrol te stappen.

Rond half twee bereik ik wederom het Crest hotel. Over de tweede les is niet veel te vertellen. Er zijn twee sprekers. Eerst een korte inleiding van ir. Acke, welke erop neer komt, dat in de in de eerste les besproken analoge regelkring de analoge regelaar wordt vervangen door een digitale (waardoor o.a. A.D. en D.A. converters nodig zijn). Kort worden enkele, in de volgende lessen uitvoerig te behandelen, hierbij optredende problemen besproken, zoals AD omzetting, sample en hold, sample frequentie, kwantisering (afknotfouten).

De tweede spreker is ir. van Overberge, die (wederom luid en duidelijk) een uitgebreide uiteenzetting geeft over z-transformaties. Het tempo is aan het begin erg laag (hij herhaalt een aantal dingen zo vaak, dat ik even bang ben met een hangende langspeelplaat te maken te hebben). Het is dan ook onvermijdelijk, dat aan het eind een aantal moeilijke dingen (voor velen) veel te snel verteld moeten worden. Zijn verhaal moet twee keer worden onderbroken, Eénmaal voor de (broodnodige) koffiepauze en éénmaal voor een defect microfoontje.

Het diner is beter dan de vorige keer (er zijn nu ook frietjes bij). Het probleem met de klapdeuren is nu opgelost, doordat we plaats mogen nemen in de zaal, welke de vorige keer achter de deuren verborgen bleef. Tijdens de maaltijd blijkt, dat mijn buurman aan de tafel een TUTSIM-gebruiker is. Hij is op zoek naar een mathematisch model van een stoomketel. Over TUTSIM hebben we nog een korte discussie. Het nummeren (i.p.v. naam geven) van de blokken vindt hij geen bezwaar, wel zou hij echter de mogelijkheid hebben zelf blokken te definiëren.

Na de maaltijd houdt ir. Acke een uiteenzetting over computerarchitectuur. Aan het begin is er wederom een microfoonstoring. De uiteenzetting is duidelijk bedoeld voor electronici en dergelijke. Op een bottom-up manier wordt iets verteld over processor, geheugen en I/O. Het verhaal is toegespitst op een 8-bits processor met een 16-bits adresruimte gekoppeld aan elkaar m.b.v. een adres-, een data- en een controle-bus. Het verhaal is erg gedetailleerd, zodat ik mij kan voorstellen dat leken op dit gebied door de bomen het bos niet meer zien. Acke krijgt de lachers op zijn hand, door een aantal dingen met praktijkvoorbeelden te illustreren (zoals een moeder-met-kind die de afwas doet, waarbij een interrupt optreedt in de vorm van een huilend kind en ook nog één in de vorm van een rinkelende telefoon). In de tekst kom ik een aantal keren iets tegen over BASIC, in de lezing valt gelukkig een aantal malen de naam Pascal.

Rond half tien is ook de tweede les afgelopen. Het blijkt, dat deze les een voorbereiding is geweest voor de volgende lessen. Ik blijf daarom nieuwsgierig, maar vrees niet veel wijzer te worden.

Ik heb besloten direct naar huis te rijden en dus niet te overnachten. In Antwerpen is het mistig, zodat ik vrees een langdurige rit voor de boeg te hebben. Zodra ik de grens over ben, is de mist echter opgetrokken en kan ik tot Amsterdam vlot doorrijden. Daarna heb ik tot de afsluitdijk wel last van slecht zicht en moet ik mijn snelheid behoorlijk matigen. Toch ben ik nog voor middennacht thuis.

(Mijn 12-klepper blijkt behoorlijk zuinig. Ondanks de hoge kruissnelheid van zo’n 135 km/uur heb ik toch maar 39,8 liter benzine nodig voor 564,2 km., d.w.z. een score van 1 : 14,2, voorwaar een complement aan meneer Honda)

Maandag 2 december 1985.

Na een week vol guur winterweer is het weer maandag 2 december een mstuk opgeknapt. Zonder problemen bereik ik dan ook weer Antwerpen en linea recta de parkeergarage van de vorige week. Als ik even later besluit een kortere route te nemen naar het Crest hotel pakt dat even verkeerd uit. Ik beland (geheel verdwaald) aan de verkeerde kant van de stad. Een bereidwillige Antwerpse schone wijst mij gelukkig de goede weg en zo bereik ik dan toch nog op tijd de derde les.

In de zaal, waar de cursus de vorige keren gehouden werd, is nu een “tentoonstelling” van Citizen. De zaal staat, hangt en ligt vol met klokken, horloges en dergelijke. De cursus wordt gegeven in de naastliggende zaal.

Opnieuw houdt ir. Acke een korte inleiding (een samenvatting van het voorafgaande). Tot het diner is het daarna de beurt aan ir. Vuerinckx. Besproken wordt het mathematische model van een digitale regelaar en van o.a. de sample en hold schakeling. Er wordt een complete theorie opgebouwd, waarbij de transferfunctie (in de tekst en het praatje wordt voortdurend gesproken van transfertfunctie) centraal staat en de nodige Bode- en Nyquist plots ter sprake komen. Na de koffie (alwaar ik overigens een tweede deelneemster ontdek) wordt nog iets verteld over de “programmatie” van een regelaar. Via een ingewikkelde manier van blokschema, via simulatieschema” naar programma wordt verteld hoe de (m.b.v. z-transformaties gevonden) vergelijkingen voor de regelaar kunnen worden geprogrammeerd. De tussenstap met een simulatieschema vind ik alleen maar lastig en is volgens mij nutteloos: uit de vergelijking is volgens mij direct het bijbehorende programma te halen.

Er wordt, naast de directe programmeermethode (waarin de vergelijking direct wordt uitgeschreven) een aantal “alternatieven” besproken, waardoor het aantal variabelen en/of statements kan worden gereduceerd. Eén en ander om de rekentijd te verkleinen (hetgeen ook wel nodig is, als je BASIC als programmeertaal gebruikt).

Het diner is wederom best lekker (al is de “petite salade” wel erg petit). Na de maaltijd is er een kwartier ingeruimd voor ir. van Hecke. Na zijn rampbeurt van de eerste les wordt de man met angst en vreze toegehoord. Hij weet zijn praatje ditmaal inderdaad in 15 minuten af te ronden (maar heeft ook maar 4 pagina’s bijbehorende tekst) en is zelfs min of meer verstaanbaar. Toch heb ik tijdens zijn praatje eenzelfde ongeduldig gevoel als wanneer ik op een drukke 2-strooksweg*  achter een langzaam voortsukkelend dafje rijd.

Ir. Acke sluit de derde les af met een verhaal over ADC’s en DAC’s en over interrupts. Het verhaal wordt helder verteld. Tijdens zijn betoog over interrupts krijg ik zelfs een brainwave over interrupts bij S84** en zo is dus ook de avond goed besteed.

Rond half tien is de derde les beëindigd en vertrek ik weer naar huis. Ik besluit over Rotterdam te rijden en via Leiden naar Amsterdam. In afstand maakt deze alternatieve route niet veel uit, het is er echter wel veel drukker, zodat ik verwacht overdag in een file terecht te komen. Volgende week dus maar weer gewoon over Utrecht.

Maandag 9 december 1985.

Ook voor de één na laatste les verloopt de heenreis (over Utrecht) voorspoedig. Het is wel wat drukker op de weg dan de voorgaande keren (dankzij het Sinterklaasweekend misschien?). Het centrum van Antwerpen is snel gevonden en de kortere route naar het Cresthotel eveneens.

Ook voor de vierde les moet naar een andere zaal worden uitgeweken. “Onze” zaal is voor een andere bijeenkomst gereserveerd. Onder de deelnemers daaraan bevinden zich veel meer vrouwen dan bij ons, bovendien lijken de deelnemers te komen uit de “betere stand’.”Ik kan echter niet opmaken wat voor soort bijeenkomst het is.

Het theoretische deel van de vierde les vangt aan met een korte samenvatting van ir. Acke. Daarna houden ir. Schepers (voor de koffie) en ir. Vandeursen (erna) een verhaal over regelstrategieën. Wederom begint het verhaal met PID-regelaars. Er worden enige aanpassingen verteld om deze regelaar geschikt te maken voor digitale regelsystemen. De instelling van zo’n digitale regelaar komt aan bod evenals de keuze van de bemonsteringstijd. De hele afstelling blijkt echter “natte vinger”-werk te zijn.

De koffiepauze is mooi op tijd (we zijn net iets eerder dan de andere groep). Het gedrag van de aanwezigen vertoont (helaas) grote gelijkenis met dat van de studenten bedrijfskunde aan de RUG. Zodra ze hun koffie hebben voorzien van suiker, melk en een koekje blijven ze op hun plaats staan, waardoor anderen niet meer bij deze ingrediënten kunnen komen.

Na de koffie komen zowaar enige andere soorten regelaars aan bod, zoals een Smith-predictor en het Kalmanfilter (zij het allemaal gezien vanuit het transferfunctie-model, dus het frequentiedomein). Aan het eind wordt zelfs nog iets over adaptief regelen verteld. Helaas wordt dit interessante onderwerp erg summier behandeld en ontbreekt (nog) de documentatie.

De maaltijd is wederom prima verzorgd. De Franse menukaart in combinatie met de ingrediënten op het bord doet vermoeden, dat de
hoofdmaaltijd bestaat uit vis. Er worden ditmaal gekookte aardappelen bij geserveerd. Het toetje is een verrukkelijk gebakje met vruchtjes, slagroom en puddingvulling.

Na het diner spreekt ir. Schuttyzer, sinds enige jaren hoogleraar in Gent. Hij heeft het over datacommunicatie en vertelt (in eerste instantie) behoorlijk uitgebreid over interfaces, protocollen en netwerken. Evenals bij de andere sprekers valt op dat ook de Engelse termen gewoon “op z’n Nederlands” worden uitgesproken, hetgeen soms een komisch accent geeft (blijkbaar zijn de Belgen niet zulke talenwonders als wij). De voordracht wordt op een zeer hoge snelheid gegeven (er worden heel wat bits aan informatie in korte tijd naar het publiek gezonden). Zeker als aan het eind de tijd een beetje in het gedrang komt, vertelt hij sommige dingen zo snel, dat het bijna onmogelijk is om hem in de tekst bij te houden: met bladzijden omslaan ben je meer tijd kwijt dat de spreker met het vertellen van de inhoud daarvan. Kortom een dergelijk betoog is volkomen nutteloos: voor leken gaat hij véél te snel en voor gevorderden vertelt hij absoluut niets nieuws.

Rond half tien is zijn beurt (volgende week het vervolg) voorbij. Ik rijd ditmaal niet direct naar huis, maar overnacht weer in het hotelletje omdat ik de reis naar Antwerpen combineer met een bezoek aan Eindhoven.

Ik krijg nu een kamer op de zesde verdieping van het hoge smalle gebouw (nu een echte éénpersoonskamer en geen tweepersoons zoals de eerste keer). Als ik, na nog even weggeweest te zijn, later weer de kamer in wil, kan ik de deur onmogelijk van het slot krijgen. Gelukkig lukt het één der medewerkers van het hotel, na enige tijd, de deur te ontsluiten en kan ik alsnog van mijn nachtrust genieten.

Maandag 16 december 1985.

De laatste dag lijkt een dag met hindernissen te worden. Vrachtwagenchauffeurs hebben besloten een aantal belangrijke verkeers-knooppunten en grensovergangen te blokkeren. Nadat ik eerst goed heb geluisterd naar de verkeersinformatie op de radio besluit ik door de polder te rijden (de afsluitdijk is geblokkeerd) en door Utrecht richting Breda te gaan. Tot Breda heb ik geen blokkade gezien (ondanks een waarschuwing op de radio, dat bij Raamsdonkveer een blokkade zou zijn, wat gelukkig niet zo is). De grensovergang is wel geblokkeerd. Via een kleine overgang bij Meer (voordat je er erg in hebt ben je in België) bereik ik dan toch om ongeveer 12 uur Antwerpen. Ik besluit in het sjiek ogende Fouquet’s aan de Keizerlei te gaan lunchen.

De laatste les van de BIRA is weer in de oude vertrouwde zaal. Er is wat (demonstratie-)apparatuur opgesteld, waarachter een aantal studenten (bij het ene apparaat twee meisjes, bij het andere twee jongens) zitten (en er gedurende de gehele les doodstil achter blijven zitten).

Eerst is ir. Schuttyzer aan de beurt om zijn betoog af te maken. In razende vaart wordt van allerlei aangestipt op het gebied van de datacommunicatie en van operating systems. Deze tweede beurt is wederom nutteloos doordat alles veel te snel en veel te globaal wordt verteld.

Na de koffie wordt door ir. Valkenborgs iets verteld over ontwerptechnieken. Zijn verhaal blijkt in feite één grote samenvatting van het voorafgaande, met zo hier en daar een praktisch aspect.

Vervolgens worden een aantal als gevalstudies aangekondigde onderwerpen behandeld. Ir. Belmans is de eerste in de rij. Hij gebruikt een Apple II en een onduidelijke analoge schakeling, waarmee een systeem wordt gesimuleerd. Met behulp van de Apple tovert hij een aantal grafieken op het scherm. Zijn verhaal is weinigzeggend en het gemodelleerde systeem blijft onduidelijk.

Dan is het de beurt aan ir. Vuerinckx. Hij blijkt zijn studenten meegenomen te hebben (de jongens en meisjes bij de apparatuur). Eerst wordt een simulatie getoond van een draaiende antenne. De modelbeschrijving wordt volledig wiskundig uitgewerkt. Hij laat lead en lag compensatoren zien en verklaart de (door de meisjes uit de computer getoverde) grafieken m.b.v. reeds behandelde theorie. Het getoonde simulatieprogramma blijkt door de meisjes geschreven te zijn (in BASIC) en toont enigzins op TUTSIM gelijkende grafieken. Zijn enthousiasme wordt onderbroken voor de maaltijd.

Ditmaal is de menukaart in het Nederlands gesteld, waardoor het geheel al gelijk een stuk minder lekker is (zo klinkt eierkoek met spek toch helemaal niet als een lekker voorgerecht?).

Na de maaltijd gaat ir. Vuerinckx door met Boolse algebra. Hoewel eerst niet duidelijk, blijkt deze algebra nodig om apparatuur (van Duitse herkomst) te demonstreren, waarmee het mogelijk is proces controllers te programmeren (m.b.v. deze algebra), te downloaden in de regelprocessor, documentatie te maken en (naar later blijkt) beeldschermtechnieken toe te passen. Het programmeren van de controllers wordt verkocht als gestructureerd programmeren (citaat: “sprongen maken, maar geen grote (goto’s verboden)”), waarbij bouwstenen worden gebruikt. De bouwstenen zijn in feite niets anders dan subroutines. Sommige daarvan kunnen in noodsituaties worden aangeroepen (door een bepaald bitje op te zetten), anderen kunnen op bepaalde tijdstippen iets doen. Het gehele programma blijft onleesbaar (het lijkt heel erg op assembly): de statements in het programma zijn Boolse expressies. Het programmeren gebeurt op menubasis met behulp van blokschema’s.

Tot slot worden (eveneens met dit systeem mogelijke) beeldscherm-technieken getoond. Dit komt neer op het grafisch voorstellen van een proces op het scherm (citaat: “men moet leren leven met blikvangers”). De demonstratie met de kleurenbuis is weinigzeggend omdat er geen projectie is op de muur.

Om negen uur sluit ir. Acke de lessenreeks af. Hij vraagt om eventuele suggesties om deze en andere lezingen te verbeteren.

De laatste terugreis verloopt (ondanks voortdurende blokkades) zonder problemen. De grensovergang is slechts vanuit Nederland geblokkeerd. De afsluitdijk is nog steeds afgesloten, zodat ik ook de terugweg door de polder kies. Overigens valt het mij op dat er langs de weg veel meer vrachtauto’s staan met pech (een represaille-maatregel vanuit hogere sferen misschien?). Nog voor middennacht ben ik weer thuis.

C onclusie.

De algemene indruk van de vijf lessen is, dat er te weinig overzicht is getoond, maar steeds direct in detail getreden is. De lessen waren steeds verdeeld in een theoretisch gedeelte (waar de wiskundige uiteenzettingen gegeven werden) en een praktisch gedeelte (waar dingen als computerarchitectuur, datacommunicatie e.d. werden behandeld).

Het theoretische gedeelte behandelde voornamelijk de oude analoge technieken (PID regelaars, freqentiedomein) en hun aanpassingen om deze in digitale regelkringen te gebruiken. Daar waar het interessant werd (de adaptieve regelaar) werd de uiteenzetting slechts zeer globaal gehouden.
Het praktische gedeelte was enerzijds erg gedetailleerd (de verhalen van ir. Acke), maar daardoor te weinig algemeen (slechts één soort architectuur kwam ter sprake), en anderzijds veel te globaal (de verhalen van ir. Schuttyzer) en daardoor nietszeggend.

Het meest interessante deel, het verband tussen theorie en praktijk (of: hoe pas je bij een zeker systeem een digitale regelaar toe en wat voor problemen kom je dan tegen) kwam helaas nauwelijks aan bod. De simulaties in de laatste les (de “gevalstudies”) waren slechts een zeer magere afspiegeling daarvan en hadden door hun theoretisch model weinig praktische waarde. Kortom: naar aanleiding van de inhoudsopgave had ik veel meer van de lessenreeks verwacht.

Voetnoten:

* 2-strooksweg: en niet, zoals in de volksmond abusievelijk wordt gezegd, een 2-baans weg. Op één rijbaan rijdt verkeer met één bepaalde richting of bestemming en zo’n baan kan 1 of meer rijstroken hebben. Een rijstrook is een weggedeelte waarop zich één rij auto’s kan voortbewegen. Een, in de volksmond als 4-baans weg bekend staande weg is dan in feite ook een 2-baans, 4-strooks autoweg)

** S84 = een in modpas geschreven simulatietool, waar ik in die tijd veel mee bezig was.

Getagd met