40 jaar bij de RUG (deel 1: de studie)

Dit jaar was mijn 40-jarig dienstjubileum bij de Groninger Universiteit. Tijd om die 40 jaar eens door te nemen.

In dit deel begin ik met mijn wiskundestudie aan de RUG.

Meer Opa vertelt
Meer Opa vertelt

Na het behalen van mijn VWO-diploma in de zomer van 1976 begon ik in september aan mijn wiskundestudie aan de RUG. Voorafgaand daaraan had ik, op advies van onze wiskundeleraar Westerveld, met een aantal klasgenoten een voorlichting meegemaakt in Twente, maar ik vond het daar op de campus eigenlijk helemaal niet zo leuk: ik zag alleen maar nerds rondlopen, dus Twente zou het niet worden. Zonder naar een voorlichtingsbijeenkomst te zijn geweest koos ik voor Groningen.

In de zomer gingen we met de familie kijken waar ik zou gaan studeren en komend uit een relatief kleine stad hadden we niet door dat de afstand van Groningen CS naar paddepoel (door ons eerst als paddestoel aangeduid) toch wel een eindje lopen was. De terugweg hebben we toen toch maar de bus genomen.

Het WSN gebouw (voor WIskunde, Sterrenkunde en Natuurkunde dus)

Ik kan me de kennismaking op de universiteit nog goed herinneren. In een grote zaal (tegenwoordig de Blauwe zaal in het Duisenberg gebouw, toen WSN gebouw zaal 20) werden de kleine honderd eerstejaars toegesproken en vooral gewaarschuwd: “kijk links en rechts van je, beide studenten zullen waarschijnlijk voortijdig afhaken”… Daarna ging het in kleine groepjes door het gehele gebouw en zat uitgerekend mijn groepje een half uur vast in één van de liften.

De wiskundestudie bestond in die tijd uit een propedeusejaar, daarna nog 2 jaar voor je kandidaats en dan nog 3 jaar voor je doctoraalexamen, waarna je je doctorandus mocht noemen. Ik herinner me nog goed een aantal docenten:

  • Piet Scheelbeek (die tevens de studieadviseur was) en prachtig handgeschreven dictaten gebruikte, maar ook laatkomers even flink in het zonnetje kon zetten (“Ach, kijk aan, U wilt ook graag meedoen, kom gerust binnen, hier vooraan is nog wel een plaats, we wachten even tot U plaatsgenomen heeft…”), dus laatkomen deed je liever niet;
  • Elgersma, die door voortdurend met de rug naar de klas te staan, complexe wiskundige formules op het bord toverde en vaak halverwege weer allerlei correcties aanbracht in een eerder stuk.
  • Floris Takens, toen al uitsluitend te zien in slobbertrui en sandalen;
  • Henk Broer, ook toen al met zijn bulderende lach;
  • Jan Willems, die mij zeer enthousiast maakte voor de systeem- en regeltechniek en voor zijn tijd al zeer geavanceerd gebruik maakte van slides bij zijn colleges en hierbij via allerlei met plakband aan de hoofdslide bevestigde extra flapjes heel dynamisch een prachtig regelschema kon opbouwen door één voor één die flapjes over de anderen heen te vouwen. Jan gaf ook tentamens met vragen die je niet hoefde te beantwoorden, en extra punten opleverde als je het goede antwoord gaf, maar negatief meetelde als je een fout antwoord gaf. Dat enthousiasme heeft me wel richting mijn promotieonderzoek geduwd.
  • prof. Harry Whitfield, die in de doctoraalfase de eerste colleges op het gebied van informatie gaf en bij het eerste programmeercollege in les 2 als diep inging op recursie en het ontleden van expressies.

De wiskundestudie zelf was erg breed en bevatte ook natuurkunde vakken (mechanica, elektriciteitsleer), waarbij het gebruik van ringintegralen bijvoorbeeld niet werd geschuwd. Uit de natuurkundelessen herinner ik me nog Hendrik de Waard, die de natuurkunde zeer aanschouwelijk maakte en bijvoorbeeld een tl-buis zonder kabels in zijn handen liet branden. Ook sterrenkunde kwam voorbij en ik herinner me nog goed een college van prof. van der Kruit waarin hij via allerlei parameters en een bord vol getallen aantoonde dat de kans dat er elders in het heelal leven was simpelweg 1 was.

het LAN

Colleges waren niet alleen in het WSN gebouw, maar ook in het gebouw van het KVI (toen was er tussen WSN en KVI gebouw nog helemaal niets omdat men daar niet durfde te bouwen vanwege mogelijke gevaren van de deeljesversneller in het KVI-gebouw – daardoor was fietsen tussen WSN en KVI altijd koud en tegen de wind in). Ook in de binnenstad (het LAN aan de Westersingel, LAN = lab voor Algemene Natuurkunde, nu het Kasteel). Ik kan me het LAN nog herinneren als een doolhof met allerlei verborgen deuren en trappen. DE FMF (Fysisch Mathematische Faculteitsvereniging zat daar toendertijd ook maar was alleen bereikbaar via een verborgen trap achter één of andere deur).

In de doctoraalfase kwamen er ook informaticavakken voorbij, zoals de programmeervakken van Whitfield. Programmeren ging in die tijd nog met ponskaarten, eerder schreef ik daarover al wat meer. Tijdens de doctoraalfase van de studie kwamen o.a. ook Eelco Dijkstra (vanaf 1979), Doaitse Swierstra (1974 tot 1983) en John van Meurs (1975 – 1985) de groep versterken en al wat informatie-onderwijs geven.

leerkrachten Ichthus college in Drachten in 1981

In de doctoraalfase heb ik ook mijn onderwijsbevoegdheid gehaald door specifiek vakken op dat gebied te volgen en een stage te lopen bij het Ichthus College (een (Christelijke) middelbare school) in Drachten. Elke dag begonnen de lessen met een gebed.
Daar heb ik geleerd dat leraar worden toch niets voor mij zou zijn, want ik vond de wiskunde die onderwezen moest worden simpelweg niet uitdagend genoeg.

De laatste twee jaar ben ik studentassistent geweest. Niet bij een specifiek vak, maar in die tijd werd je nog assistent bij een hoogleraar en nadat mijn voorganger bij prof. Jan Willems vertrok werd ik voor die positie gevraagd. Tot die tijd had ik iedereen met u en achternaam aangesproken en dan ineens je hoogleraar bij de voornaam noemen en tutoyeren was toch wel even een stap.

Uiteindelijk studeerde ik in januari 1983 af in de systeem- en regeltheorie. Mijn scriptie had als titel “Ontwerp van een computer programma voor het oplossen van storingsontkoppelingsproblemen.” en was nog helemaal met een typemachine uitgetikt! Helaas kon Jan WIllems niet bij de diplomauitreiking aanwezig zijn en werd ik toegesproken door Ruth Curtain. Het was nog even spannend maar ik bleek inderdaad cum laude afgestudeerd te zijn. Overigens werd je toen per afgestudeerde in de faculteitskamer naar binnen geroepen (tot die tijd wachten op de gang) en persoonlijk toegesproken, waarbij je familie en vrienden mee naar binnen mochten. Een deel van die vrienden liep na de plechtigheid naar buiten om bij de volgende afgestudeerde weer naar binnen te gaan om het volgende praatje aan te horen.

Rond die tijd werd ik ook gevraagd of ik aan de nieuwe vakgroep informatica verbonden wilde blijven en een promotieplaats zou willen innemen. Wel een bijzondere want de aanstelling zou dan voor een periode van zes jaar zijn en met als bijkomende eis ook de nieuwe informatica opleiding mee te willen opzetten. Uiteindelijk werd ik, samen met Peter Hilbers en Ben Sijtsma, april 1983 aangesteld als wetenschappelijk assistent, om Eelco, Doaitse en John te helpen de opleiding informatica gestalte te geven.
Over die periode gaat deel 2.