Opa’s reizen: IFAC’90 wereldcongres – Tallinn, 13-17 augustus 1990

Dit is het verslag van mijn reis naar Tallinn, Estland (via Helsinki in Finland) nog in de tijd dat Estland deel uitmaakte van de grote USSR, de prijzen in Finland in vergelijking met die in Nederland erg hoog en die in Tallinn juist erg laag waren en je nog moest bellen vanuit een telefooncel in een postkantoor waar men alleen Russisch sprak…


Zaterdag.
Mijn congres begint op zaterdag 11 augustus al om 5.15 in de ochtend als de Schiphol taxi mij van huis haalt. Het vliegtuig naar Helsinki vertrekt precies op tijd om 9.10. Om 12.30 locale tijd (11.30 Nederlandse tijd) zet ik voet op Finse bodem. Op dat moment regent het nog in Helsinki, maar gelukkig niet voor lang. De rest van de tijd zal ik alleen nog maar zon zien. Een bus brengt me van het vliegveld naar het centrum van Helsinki. Daarvandaan is het een paar honderd meter naar mijn hotel. Lopend over allerlei soorten bestrating en sjouwend met de bagage is dat echter nog een heel eind.

Helsinki

In het hotel (hotel Torni) zijn alle tickets en vouchers door het Finse reisbureau afgegeven (inclusief het voucher voor Torni zelf). De hotelkamer is klein, maar comfortabel. Er is zelfs een tv aanwezig waarop ik later bij toeval nog een Nederlandse serie kan bewonderen, voorzien van Finse ondertiteling.

Helsinki

De rest van deze eerste dag breng ik door met een eerste verkenning van Helsinki. Als ik ergens wil eten blijkt hoe duur Finland voor Nederlanders is: een simpele maaltijd bestaande uit wat vlees en bijbehorende aardappelen en groente komt (omgerekend) al op zo’n 40 gulden uit. Een glaasje coca cola kost bijvoorbeeld al 12 FIM (ongeveer zes gulden). Later wordt mij verteld dat de koers van Finse marken kunstmatig zo hoog gehouden wordt. Het leven is dus voor de Finnen zelf niet zo prijzig.

Helsinki


Zondag

Zondags ga ik echt op verkenning door Helsinki. De stad is slechts enkele eeuwen oud waardoor de architectuur vrij recent is en veel gebouwen op elkaar lijken: rechthoekig met weinig ornamenten e.d. Ik beklim een uitkijktoren bij het olympisch stadion, zie een kerk, uitgehouwen in de rotsen, een mooie kathedraal en geniet van het uitzicht over de vele eilanden voor de stad.

Helsinki

Om een uur of vijf arriveer ik (per tram) in de zuidelijke haven om mijn boot naar Tallinn te halen. Tot zeven uur verblijf ik in allerlei (random in-random out) wachtrijen (voor de boarding pas, de pascontrole, de afgifte van bagage (dat laatste blijkt overigens weer 8 FIM te kosten). Na een plezierige bootreis arriveer ik om ongeveer tien uur in Tallinn. Er heerst grote bedrijvigheid in de haven: er wordt kolen overgeslagen (blijkbaar is de blokkade ervan door de Sovjet Unie afgelopen).

Helsinki

De paspoortcontrole gaat onverwacht snel. Mensen van IFAC wachten mij (en een aantal anderen) al op en brengen ons per bus naar het hotel. Hotel Viru geeft een zeer luxe indruk, maar (zo wordt me later verteld) vergeleken met hotel Palace valt er nog veel te verbeteren.

Maandag.
Maandags begint met ontbijt (waar is het brood?). De openingsceremonie van het congres vindt plaats in de main hall van het congresgebouw. Een eerste schatting is dat zo’n 2000 mensen aan het congres deelnemen. Daarnaast zijn er nog zo’n 500 vrouwen meegereisd, waarvoor een apart ladies-programme is georganiseerd. De president van Estland, dr. Rüütel, is bij de opening aanwezig.
Vanzelfsprekend komt de onafhankelijkheid te sprake. Het congres is een prima manier om nog eens duidelijk te maken dat de Estlanders onafhankelijk willen van de Sovjet Unie.

Tallinn congresgebouw

De lunch wordt geserveerd in een restaurant in de stad. Aan de buitenkant zie je slechts een grote deur in een blinde muur. Eenmaal binnen blijkt het een luxe aangelegenheid met dansvloer en gedempte verlichting. Blijkbaar is dit een van de restaurants die in vroegere tijden werd gebruikt door de partijbonzen, onzichtbaar voor de rest van het volk. De lunch zelf bestaat uit vier gangen: een voorafje, soep, de hoofdschotel (vlees met wat gekookte aardappelen en wat stronken bloemkool) en een toetje (een of andere geleipudding) en koffie toe. In eerste instantie is iedereen verrast door deze luxe. In de loop van de week zal echter blijken dat er weinig variatie is in lunches (delen van het menu komen in andere volgordes steeds weer terug).

Tallinn

De praatjes die ik deze eerste dag aanhoor, dragen niet bij tot verhoging van mijn kennis: of ze vallen ver buiten mijn interesse,of ze zijn gewoon slecht gepresenteerd.

Aan het eind van de middag probeer ik vanuit het postkantoor naar huis te bellen. In een krappe ruimte met 50 telefooncellen en een balie waarachter twee telefonistes, blijkt iemand Engels te spreken. Mij wordt uitgelegd dat ik een papiertje moet invullen waarop ik het te bellen nummer moet vermelden alsmede het aantal minuten dat ik wil spreken. Dit briefje lever je dan bij de kassière in (gelijk betalen: 3 roebel per minuut, d.i. ongeveer een gulden) en vervolgens moet je wachten tot je gesprek behandeld wordt. Na een half uur wachten besluit ik bijna weg te gaan, maar dan wordt omgeroepen dat het gesprek naar Holland er is. De verbinding is redelijk.

Tallinn

’s Avonds is er een welkomsreceptie in de city-hall, hetgeen een complete muzikale gebeurtenis blijkt te zijn. Na een eerste cocktail (lijkt eerst een glaasje jus, blijkt dan een glaasje wodka-met-een-kleurtje) worden we uitgenodigd plaats te nemen in het theater waar we worden getrakteerd op volksdansen en -muziek.
In de pauze worden we welkom geheten door de burgemeester van Tallinn en door Ants Work (een der leden van het technische comité voor dit congres). De laatste geeft wederom een politiek tintje aan het congres: hij heeft het over “mijn land” en “dit land” en verklaart dat dit land zeer groot is, aan China grenst en nog een aantal eilandjes aan Japan moet teruggeven, terwijl zijn land klein is, niet aan China grenst en wel eilandjes zou willen teruggeven, doch deze niet bezit. De boodschap is duidelijk. Het congres is een uitgesproken middel om de onafhankelijkheid van Estland uit te dragen. Na de pauze (en lekkere hapjes) is er nog een optreden van het radio en tv orkest en wordt er gezongen door het Tallinn technical university mannenkoor. Kortom: een plezierige eerste dag.

Tallinn - nachtzicht vanuit mijn hotelkamer

Dinsdag.
De tweede dag begint met een interessante plenaire voordracht van prof. Tom Martin (West Duitsland) over automatisering en de daarbij behorende sociale en culturele aspecten. Prof.~Martin gebruikt Goedels onvolledigheidsstelling (elk formeel systeem kent aspecten die noch bewezen, noch ontkent kunnen worden) om aan te tonen dat elk geautomatiseerd systeem aspecten kent die er niet mee kunnen worden opgelost. Als voorbeelden noemt hij onder andere Tjernobyl en het neerschieten van een verkeersvliegtuig in het midden-oosten. Zijn conclusie luidt dan ook dat automatisering altijd een interactie moet zijn tussen mens en machine.

Tallinn

Na de lunch is er een bezoek aan de technische universiteit van Tallinn. Na de introductie besluit ik een kijkje te nemen in het computercentrum. Daar blijkt als mainframe te dienen een Russische kloon van een IBM 370 met een mean time between failures van ongeveer een half uur!! Een aantal zeer oude terminals zijn met dit apparaat verbonden. Zo’n 5000 studenten dienen hier jaarlijks gebruik van te maken! Daarnaast maken een aantal wat modernere pc’s deel uit van de apparatuur, veelal verkregen uit samenwerking met bedrijven uit Finland of Zweden. In een elektronicalab kom ik nog een aantal analoge computers tegen (Russische bezoekers verwonderen zich erover dat deze apparatuur het überhaupt doet, bij hen weigeren ze voortdurend dienst).

De staf van de universiteit bestaat uit zo’n 400 docenten (onderwijslast ongeveer 800 uur per jaar, dus geen tijd voor onderzoek) en 600 onderzoekers (doen geen onderwijs). Het meeste onderzoek bestaat uit praktisch onderzoek, veelal gesteund door bedrijven uit de buurt, waardoor extra geld kan worden verkregen.
Het niveau van onderzoek is laag. Naar mijn idee loopt men wat apparatuur (en sommig onderzoek) betreft zeker 25 jaar achterop.

Tallinn

Een van de rondleiders vertelt dat mensen soms grof geld verdienen door een tijdje in Finland te werken (als schoonmaker) en vervolgens daar een pc kopen. Indien ze deze in Estland op de zwarte markt voor heel veel roebels weer kunnen verkopen zijn ze in een keer rijk.

’s Avonds ga ik, samen met een drietal landgenoten, opnieuw naar het restaurant waar ’s middags wordt geluncht. Via de IFAC balie is een reservering voor ons gemaakt zodat we niet eerst een uur in een rij hoeven te staan. Het wordt een bijzondere ervaring: de maaltijd blijkt te bestaan uit precies dezelfde dingen als ’s middags bij de lunch. Als we twee witte wijn, een wodka en een mineraalwater bestellen krijgen we twee literflessen wijn, een halve literfles wodka en een fles mineraalwater. In het begin zijn er ellenlange discussies met de beide obers over het dessert (wel of geen ijs, wel of geen koffie). Beide obers zeggen een beetje Engels en een klein beetje Duits te spreken maar van enige communicatie blijkt toch geen sprake te zijn. Later komen we erachter dat er maar één maaltijd geserveerd wordt en de bestelling uitsluitend de drank betreft, terwijl wij probeerden erachter te komen wat we zoals zouden kunnen eten. Het meest spectaculair is de betaling aan het eind: eerst wordt gevraagd of we in dollars willen betalen, aanvankelijk maken we daar geen bezwaar tegen maar later blijkt ook in roebels betaald te kunnen worden: we kunnen kiezen tussen 70 roebels (ongeveer 20 gulden) en 40 dollar (ongeveer 70 gulden). We besluiten dan maar in roebels te betalen. Dit bedrag blijkt te zijn voor de genuttigde drank. De maaltijd zelf is bij de reservering al betaald (60 roebels). Alles tezamen komen we op ongeveer 9 guldens per man. Daarvoor hebben we dan gegeten, gedronken en ook nog mogen genieten van amusement in de vorm van muziek en dans. Voor dezelfde prijs krijg je in Finland nauwelijks twee flesjes cola!

Tallinn

Woensdag.
Op woensdag is het de beurt aan prof. Y.C. Ho (Harvard University,Cambridge). Hij geeft een overzicht van onderzoek op het gebied van discrete event dynamical systems. Het gebied kan worden opgedeeld in timed en untimed en daarnaast in logic, algebraic en performance. Er zijn dan in feite vier combinaties waarin onderzoek plaats vindt: untimed logic (automatentheorie, formele talen, petri-nets), untimed algebraic (CSP van Hoare), timed algebraic (minmax algebra) en timed performance (simulatie en pertubation analysis). Daarnaast zijn er enkele uitbreidingen mogelijk waardoor een ander gebied kan worden bestreken (timed petri-nets vallen bijvoorbeeld in het gebied timed performance). Van alle onderdelen wordt een overzicht gegeven. Zijn belangrijkste conclusie is niet alleen theorie te ontwikkelen uitgaande van axioma’s, stellingen en bewijzen, maar ook te kijken naar experimenten en modellering aan de hand daarvan.

Lahemaa national park

’s Middags is er een uitstapje naar het Lahemaa nationaal park. We bezoeken eerst een vissersplaatje waar ons een verfrissing wordt aangeboden. Daarna reizen we door naar een landgoed (Palmse manor) waar ons een compleet tuinfeest wordt aangeboden, compleet met verschillende muziekbandjes en (wederom) volksdansen. Er is volop drank en hapjes. In het hoofdgebouw van het landgoed bevinden zich nog heel veel antieke meubelen, die allemaal door het publiek aangeraakt mogen worden! De geheel lijkt op een groot Engels landgoed uit de vorige eeuw.
De weg naar het park gaat dwars door een industriegebied waar de stank niet te harden is. Daar vlak bij is een wijk met een aantal flats waarin in Estland wonende Russen zijn gehuisvest.

Lahemaa national park

Donderdag.
Donderdags is er een plenaire voordracht van prof. P. Elzer (uit Duitsland) over nieuwe trends in software voor real-time control. Hoewel hij niets zegt over real-time control geeft hij toch een interessante voordracht. Hij vergelijkt de ontwikkeling van vervoer per trein en vervoer per vliegtuig met de ontwikkeling van de computer. Bij trein en vliegtuig zijn de ontwikkelingen gelijkopgaand: eerst is er een initiële uitvinding nodig (de stoommachine voor de trein bijvoorbeeld), daarna dient deze uitvinding geschikt te worden gemaakt voor het eigenlijke doel (we krijgen dan een stoomlocomotief), vervolgens ontstaan het uiteindelijke min of meer definitieve model waarop naderhand nog slechts verbeteringen in detail ontstaan. Prof. Elzer meent dat we in de ontwikkelingen van de computer nu aangeland zijn bij het min of meer definitieve model en er in de toekomst nog slechts verbeteringen in detail zullen volgen.

Lahemaa national park

’s Middags bezoek ik de waterreinigingscentrale van Tallinn. Omdat de directeur nauwelijks Engels spreekt en de groep relatief erg groot is, steek ik van de rondleiding niet veel op. Het is er wel ontzettend heet en ik ben dan ook blij als ons na verloop van enige tijd een complete receptie wordt aangeboden met hapjes en drankjes. Uit de inleiding begrijp ik nog wel dat het drinkwater van Tallinn voor 85% uit deze centrale komt en voor 15% uit bronnen. Het te reinigen water komt uit het naastgelegen meer waarop een aantal rivieren uit Estland uitkomen. Veel schadelijke stoffen worden eruit gefilterd en daarnaast wordt chloor en fluoride toegevoegd. In het water uit de kraan zit inderdaad veel chloor: het is er groen van. De reinigingsinstallatie is ontwikkeld door een Fins bedrijf. Het ziet er modern uit. Er zitten zelfs Japanse componenten tussen. Blijkbaar verdient de directeur hier goed: hij rijdt tenminste in een vrij nieuwe auto en heeft een zeer luxe kantoor.

Lahemaa national park

Voor het banket ’s avonds ben ik uitgeloot. Later blijkt dat ik ook niet veel heb gemist. Ik besluit vroeg naar bed te gaan aangezien ik de volgende dag nog mijn praatje moet houden.

Vrijdag.
Vrijdags merk ik dat een aantal mensen wat ziek zijn (buikpijn e.d.), waarschijnlijk van het eten. De stronken bloemkool bij de lunches leken ook iedere dag bruiner te worden. Zowel ’s morgens als ’s middags is er een parallelle sessie over discrete event systems. ’s Morgens is Geert-Jan Olsder (uit Delft) de voorzitter. Het eerste praatje wordt gegeven door een collega van de beide Chinese auteurs, die van een papiertje leest wat ook al op de sheets staat en later geen enkele vraag weet te beantwoorden omdat hij niets van de stof af weet. Ook het tweede praatje stelt niet veel voor. Hele delen van het artikel worden op de muur geprojecteerd. Zo ook het daarop volgende praatje.
De vierde spreker is er niet. Tot slot is een een voordracht van Christos Cassandras (universiteit van Massachusetts). Hij vertelt heel energiek over enkele uitbreidingen van de pertubation analysis. Al met al een tegenvallende sessie dus.

Lahemaa national park

Na de lunch (waar nauwelijks meer wat gegeten wordt: iedereen heeft genoeg van alweer hetzelfde) is mijn sessie aan de beurt. Aangezien de voorzitter van de sessie zelf aanwezig is hoef ik als vice-voorzitter niet veel te doen. De eerste spreker (G. Agibalov) is een Rus die voor het eerst een voordracht in het Engels houdt en zijn tekst letterlijk van een papiertje leest. Hij blijft wel binnen zijn tijd en als er na afloop geen vragen zijn reageert hij met “It isse been great.” De tweede spreker is prof. Rake (instituut voor regeltechniek, Aken) die het heeft over deadlock in Petri-nets. Ik ben even bang dat hij het brood voor mijn neus wegkaapt, maar gelukkig valt dit mee. De Pool Wajs spreekt als derde. Ik snap er niets van. Dan ben ik aan de beurt en mag mijn verhaal afsteken over hoe deadlock bij discrete event systems kan worden voorkomen door een extra systeem aan te koppelen. Gezien de vragen die na afloop worden gesteld schijnt het geboeid te hebben. Ik krijg ook later nog een aantal positieve reacties. Tot slot spreekt prof. Willsky (MIT, Cambridge). Zelden heb ik zoveel probleemformuleringen gezien in zo korte tijd. Volgens mij heeft hij zo’n beetje alle formuleringen opgesomd die mogelijk zijn in zijn formele model, overigens zonder ook maar één oplossing te geven.

Lahemaa national park

Direct na afloop van de sessie wil ik mij naar mijn hotel haasten waar de bus klaarstaat om mij naar de veerboot te brengen. Ik wordt echter aangesproken door een Rus, die mijn praatje net heeft gemist. Eerst ben ik bang dat hij het praatje alsnog wil horen, maar dat blijkt niet het geval. We wisselen adressen uit en zo kan ik dan alsnog op weg naar het hotel en daarna met de bus naar de haven. Eenmaal daar moet weer in allerlei rijen worden gewacht. Ik blijk zo’n zes keer iets te moeten laten zien voordat ik op de boot ben: eerst de voucher om aan een boarding pass te komen; dan de boarding pass om in de paspoortcontrole te komen; daar vanzelfsprekend mijn paspoort en alle papieren, waaruit blijkt hoeveel geld je het land in, en nu weer uitvoert; bij het verlaten van die ruimte wederom mijn pas; bij het betreden van de loopplank wederom mijn pas; tenslotte voor het aan boord stappen nog weer mijn boarding pass. Tussendoor probeer ik nog wat roebels terug te wisselen. Aan de balie wordt mij verteld dat dat niet kan: ik moet bij een andere bank zijn (en ik meen toch altijd begrepen te hebben dat er maar één bank is in de Sovjet Unie).

Eenmaal aan boord blijkt ook het mooie weer teneinde: het onweert. Tallinn heeft zich deze week wat weer betreft van zijn goede kant laten zien. Opvallend waren (zoals verwacht) de lange rijen bij de winkels, de lege stellages en de vele mensen die je op straat aanspraken en vroegen of je dollars wilt wisselen voor roebels, of je belang had bij “millitairy watches” e.d. Toch heb ik het idee dat de mensen het hier niet echt slecht hebben, hoewel van luxe natuurlijk geen sprake is. De stad zelf maakt een redelijk nette indruk (zo’n 5 jaar terug blijkt er het een en ander opgeknapt te zijn omdat er toen iets in de stad heeft plaatsgevonden, zo zegt men, maar sindsdien is er niets meer aan onderhoud gedaan). Veel historische gebouwen, beelden e.d. zijn intact. Het openbaar vervoer bestaat uit trolleybussen, trams en autobussen en ziet er (ondanks de ouderdom) betrouwbaar uit. De auto’s op straat zijn allemaal van oosterse makelij, voornamelijk Lada’s en voornamelijk oud en gammel. De mensen lopen in een grote variatie aan kleding, van oud en slonzig tot redelijk modern. Kinderen zie je echter nauwelijks in de stad zelf.

Aan boord van de ms.~Georg ots eten we voor het eerst weer normaal. Om ongeveer half elf zijn we weer in Helsinki, het duurt daarna nog een half uur voordat we werkelijk van boord zijn. Met de tram bereik ik mijn hotel (hotel Vakunaa vlak bij het spoorstation dit keer).

Zaterdag.
Zaterdags slaap ik eerst uit, wandel nog even door de stad (maar het weer is nu niet zo best meer: regen) en ga dan met de bus naar het vliegveld. Na een rustig verlopen vliegreis arriveer ik om even over vier Nederlandse tijd weer op Schiphol. Uiteindelijk ben ik dan om half acht ’s avonds weer thuis, een ervaring rijker.

Getagd met